header

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter

Slechts een gedeelte van het leven van een vlo speelt zich af op de hond of kat, namelijk het volwassen leven. Sterker nog, een volwassen vlo overleeft slechts enkele dagen buiten de gastheer. De eitjes, larven en poppen zitten verstopt in de omgeving, bij voorkeur op warme plekken binnenshuis.

5 % van de vlooienpopulatie zit op het dier.

95 % van de vlooienpopulatie zit in de omgeving.

Eén volwassen vrouwtjes vlo legt gemiddeld 3-18 eieren per dag. Zij leeft tot 20 maanden.

Dat zijn 2000 - 8000 eieren tijdens haar leven!!!

Deze eieren legt zij in de vacht van het huisdier; die vallen van het dier af en worden zo verspreid in de omgeving. Binnen 2-4 dagen ontwikkelen de eieren zich verder tot larven. De larven verstoppen zich op donkere plekken.

Om verder te groeien voeden zij zich met huidschilfers en vlooienpoep. Vlooienpoep bevat namelijk verteerd bloed dat de moedervlo gezogen heeft bij het huisdier.

Zij houden niet van koude, vandaar dat zij zich in de winter buiten minder goed ontwikkelen; binnenshuis met onze verwarming aan doen zij het prima.

Als de larven uitgegroeid zijn na 2-3 weken verpoppen zij zich in een cocon. Zij zitten diep verstopt in de spleten van de (laminaat- of houten) vloer, in het tapijt, tussen de plinten, etc.

Larven in een cocon zijn zéér resistent en kunnen tot 1,5 jaar overleven.

De volwassen vlooien verlaten de cocon onder invloed van trillingen, bijvoorbeeld doordat wij over de vloer lopen. Zij staan hongerig klaar om ons huisdier te bespringen. Bijna onmiddellijk nadat de vlo op de hond of kat is gesprongen wordt bloed gezogen door zowel de vrouwelijke als de mannelijke vlooien. Na zo'n 24 uur begint de vrouwelijke vlo eieren te leggen in de vacht.

 

De cyclus van ei tot volwassen vlo duurt normaliter 3-4 weken. Als de omstandigheden voor de vlo minder gunstig zijn (b.v. eigenaar en huisdier op vakantie, dus niemand thuis om bloed te zuigen) kan de vlo in de cocon tot 1,5 jaar blijven wachten.

Bij thuiskomst na vakantie veroorzaken mens en dier trillingen waardoor alle “wachtende” poppen gelijktijdig uitkomen: de zogenaamde vlooienplaag. Vlooien zijn lichtschuw.

Ze zitten dus liever op dieren (dichte vacht) dan op mensen. Maar als er zeer veel hongerige vlooien gelijktijdig uit hun pop komen, kunnen zij ook mensen bespringen. Vlooien kunnen tot 30cm hoog springen, dus onze onderbenen zijn favoriet.

 

BESTRIJDING VAN VLOOIEN

Daar 95% van de vlooienpopulatie in de omgeving zit, moeten we dus niet alleen de volwassen vlo doden maar ook alle eitjes, larven en vooral poppen in huis aanpakken. Voor een allergisch huisdier is dit extra belangrijk omdat zij al last kunnen hebben van één vlo.

 

Allereerst een middel dat de volwassen vlooien op hond/kat doodt.

Spot-on's, sprays, vlooienbanden etc zijn te koop bij dierenarts en dierenwinkel, het ene product effectiever dan het andere.

Bij spot-on's is het belangrijk dat bij het aanbrengen de haren goed opzij geschoven worden zodat de vloeistof rechtstreeks op de huid wordt aangebracht. Vloeistof op de haren wordt niet opgenomen en is dus weggegooid geld. Het aanbrengen gebeurt in de nek om zelf oplikken door hond of kat te voorkomen. Indien dit toch gebeurt kan kwijlen, rare pupilgrootte en zelfs wankelen optreden en moet de dierenarts geraadpleegd worden.

Bij het gebruik van spray's moet de huid ingespoten worden terwijl men tegen de haren in wrijft. De meeste huisdieren vinden dit bijzonder onprettig en katten hebben aan al dat natte gedoe al helemaal een hekel. Bovendien moet de het hele lichaam ingesprayd worden zodat de kans reëel is dat de hond of kat eraan likt.

Veel vlooienbanden blijken niet zo efficiënt te werken.

Er bestaan ook pillen, orale vloeistoffen, spot-on's en zelfs injecties die ervoor zorgen dat de gelegde vlooieneieren niet uitkomen. Dit is heel handig om de omgeving aan te pakken, maar doet niets aan de vlooien die buiten op de hond of kat springen! Bij een allergisch dier is dit

zeker belangrijk, maar gebruik op zichzelf is onvoldoende

 

De omgeving moet ook aangepakt worden.

Allereerst is goed stofzuigen en dweilen erg belangrijk. Hiermee worden al een deel van de poppen verwijderd.

Daarnaast zou een groeiremmer uitkomst bieden. Deze worden dmv maandelijkse pillen, orale vloeistoffen, sommige spot-on's of halfjaarlijkse injecties toegediend aan hond of kat.

Deze doden de vlo niet, maar zorgen ervoor dat de volwassen vlo minder eieren legt en de eieren in de omgeving niet uit kunnen komen.

Andere spot-on's bevatten groeiremmer die in de huidschilfers van hond of kat gaan zitten. Overal waar hij of zij loopt verliest het huisdier net als wij huidschilfers. Deze worden opgegeten door de vlooienlarven. Nu zijn de huidschilfers echter beladen met groeiremmer

waardoor de larven afsterven. Een voorbeeld hiervan is de frontline combo.

Tot slot bestaat er natuurlijk de echte omgevingsspray. Deze is bestemd voor het behandelen van tapijten, vloerbedekking, plinten, spleten in laminaat of houten vloer, bankstellen etc.

Probeer de spray altijd eerst in een onopvallend hoekje uit om te zien of de spray de kleur van bankstel e.d. niet aantast. Huisdieren mogen op dit moment NIET in de ruimte aanwezig zijn.

Laat alle deuren en ramen gedurende enkele uren gesloten en ventileer de ruimte nadien zeer zorgvuldig. Pas als alle geur uit de ruimte verdwenen is mogen de huisdieren weer binnenkomen!

 

OP DE GASTHEER

* De vlooienbeet is een rood bultje dat erg jeukt. Dit is een locale ontsteking t.g.v. de beet zelf en het vlooienspeeksel. Door krabben, bijten en likken wordt de plek soms erger.

 

* De vlooienallergie is een zeer heftige reactie van het lichaam op een vlooienbeet. Sommige dieren kunnen namelijk allergisch worden voor het speeksel van de vlo. Bij één beet van de vlo ontstaat dan over een groot deel van het lichaam een huidreactie met hevige jeuk en

roodheid en dus veel likken, krabben en bijten. Als gevolg ontstaan zeer veel korstjes en wondjes en zelfs haaruitval, niet alleen op de plek van de beet, maar over het lichaam verspreid. Vooral de huid op en rond de staart, de achterbenen en het achterste deel van de rug

wordt aangetast, maar bij sommige dieren verspreiden de jeuk en de huidschade zich over het hele lichaam.

Een vlooienallergie moet je ontwikkelen en ontstaat pas na herhaalde blootstelling. Een kitten met jeuk door vlooien heeft dus last van véél vlooienbeten. Een volwassen kat met een vlooienallergie heeft dezelfde jeuk door de beet van één vlo. Een zeer goede

vlooienbehandeling helpt dus niet alleen het kitten tegen de jeuk, maar voorkomt ook het

ontstaan van een vlooienallergie!

 

* Bloedarmoede kan ontstaan bij zeer erge infecties, doordat zeer veel vlooien tegelijk bloed zuigen.

 

* Lintworm, en wel Dipilidium Caninum wordt overgedragen door vlooien!! Volwassen vlooien kunnen drager zijn van deze lintworm. De hond of kat besmet zich met de lintworm door het oplikken van de vlo. Ontwormen tegen lintworm kan om die reden erg teleurstellend

blijken als niet gelijktijdig ook tegen de vlooien behandeld wordt.

 

* Leucose, een virale ziekte bij katten, zou door een bloedzuigende vlo van een besmette naar een niet-besmette kat overgedragen kunnen worden. Er zijn hierover studies gaande.

 

HEEFT MIJN HUISDIER VLOOIEN?

Vlooien komen natuurlijk niet alleen voor bij honden en katten. Ook konijnen, wilde vossen, egels, etc worden belaagd. Door hun goede springen vinden ze eenvoudig een gastheer of verhuizen ze gemakkelijk van de ene naar de andere gastheer. Met hun afgeplatte lichaam kunnen ze snel tussen de haren door rennen. Om een vlo op de huid van je huisdier te zién moet je dus of héél snel zijn of er moeten veel vlooien op je dier zitten.

Makkelijker is om de vlooienpoep te vinden. Ga hiervoor met een vlooienkam door de haren en verzamel alle "zwarte puntjes" die hier vanaf vallen op een stuk witte keukenrol. Als je deze zwarte puntjes nat maakt ontstaan rode kringetjes rond de puntjes als het inderdaad vlooienpoep is.

Vlooienpoep is immers verteerd bloed! Als de puntjes gewoon zwart blijven is het grint en grond van buiten.

Vlooien zijn ca 1,5 - 6 mm lang

Ze hebben echte springpoten: hiermee kunnen zij tot 30 cm hoog springen!

Met hun zuigsnuit zuigen zij bloed bij hun gastheer; het speeksel voorkomt bloedstolling. 

 

Met hun afgeplatte lichaam kunnen ze snel tussen de haren door rennen.