header

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to Twitter

Als we een honden- of katteneigenaar vragen of hij zijn dier regelmatig ontwormd is het meest gegeven antwoord: “mijn hond/kat heeft geen wormen, ik kijk de ontlasting altijd heel goed na.”

En dat geeft meteen het belangrijkste aspect van een worminfectie: aan de buitenkant van het huisdier is helemaal niet te zien of hij of zij wormen heeft! De volwassen wormen zitten in de darm of maag; de wormlarven zitten in darm, lever en longen. Enkel de eitjes zitten in de ontlasting, maar deze zijn met het blote oog niet zichtbaar, wel met een microscoop. De enige uitzondering vormt de vlooienlintworm die “sesamzaadjes” of “rijstkorreltjes” rond de anus of in de vacht laat zien.

Af en toe komt een volwassen worm naar buiten, via de ontlasting of via het braaksel, maar dat gebeurd helemaal niet vaak. We onderscheiden verschillende maag/darmwormen. De meest voorkomende wormsoort bij hond en kat zijn spoelwormen, met op de 2e plaats lintwormen. Beiden soorten leven in de dunne darm. Daarnaast komen in mindere mate haakwormen in de dunne darm en zweepwormen in de dikke darm voor. Over deze wormen gaat deze folder.

 

Hartworm heeft inmiddels ook iedereen al van gehoord, maar gelukkig komt die hier nog niet voor. Deze komt vooral voor in warme en dus zuidelijke landen. Alle vakantiegangers dus opgepast, want deze worm nestelt zich in de grote bloedvaten rond het hart, in de bovenste hartkamers en in de longbloedvaten. Verder informatie kan gevonden worden in de folder

 “ik ga op vakantie met mijn huisdier”.

Er zijn natuurlijk nog meer wormen, maar die spelen bij onze honden en katten een minder belangrijke rol.

 

hondenspoelworm

DE HONDENSPOELWORM ofwel TOXOCARA CANIS

Spoelwormen zijn geelwitte tot roze wormen. Ze zijn rond van vorm, als spaghetti, en kunnen 9 cm (mannetjes) tot wel 18 cm (vrouwtjes) lang worden. Ze leven vrij in de dunne darm en voeden zich met darminhoud. Hondenspoelworm is vooral bij pups klinisch belangrijk omdat ze reeds ín de baarmoeder massaal besmet kunnen worden en in erge gevallen hieraan kunnen sterven vlak na de geboorte. Anderzijds is hondenspoelworm ook van groot belang op vlak van de volksgezondheid. Bij de mens, vooral kinderen, is de hondenspoelworm een van de voornaamste veroorzakers van het larva migrans syndroom. Daarnaast wijst onderzoek uit dat aanleg voor astma verergerd wordt door het opnemen van spoelwormlarven. Dit heeft te maken met een allergische reactie in de longen.

Volwassen wormen zijn zelden zichtbaar in de ontlasting; ze kunnen af en toe wel uitgebraakt worden. Als de wormen ingedroogd zijn, zien ze eruit als opgerolde elastiekjes.

 

Spoelwormen produceren veel eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. Deze eitjes zijn niet zichtbaar met het blote oog. Een volwassen vrouwelijke worm produceert ca 200.000 eitjes per dag! Als je bedenkt dat een erg besmette hond ca 200 volwassen wormen in zijn darmen heeft (mannelijke én vrouwelijke) kom je al gauw op een productie van 15 miljoen eitjes per dag.

Deze eitjes zijn niet onmiddellijk besmettelijk. Eerst moet zich ín het eitje een larfje ontwikkelen, vanaf dan is het een “infectieus eitje”. In de zomer duurt dit ca 2 weken, in de winter enkele maanden. Deze eitjes kunnen enorm lang overleven in de omgeving, wel 3 jaar! Bovendien zijn ze bijzonder kleverig en blijven ze gemakkelijk vastplakken op allerlei voorwerpen en bodemdelen.

 

De levenscyclus van de spoelworm:

♦ een hond of kat neemt een infectieus eitje (dus met larfje) op van buiten

♦ bij aankomst in de darm komt het larfje vrij uit het eitje

♦ dit larfje boort zich doorheen de darmwand naar een bloedvat. Het reist via de bloedstroom naar lever, longen, spieren en vetweefsel. In deze organen, behalve de longen, gaat de larve in rustfase en kapselt zich in (bij volwassen honden komt deze weefselcyclus, het meest voor)

 

♦ in de longen doorboort het larfje de bloedvatwand en gaat naar een longblaasje. Via de fijne vertakkingen van de luchtwegen kruipt het larfje omhoog naar de luchtpijp. Daar veroorzaakt het letterlijk een kriebelhoest, waarbij het larfje in de keel terechtkomt en weer ingeslikt wordt. Het gaat dan via slokdarm en maag naar de dunne darm waar het larfje verder ontwikkelt tot volwassen worm. Deze produceert zeer veel eitjes die in de ontlasting terechtkomen: de cirkel is weer rond. Als het eitje gerijpt is kan het opgelikt worden door een ander dier en hem of haar besmetten. (bij pups tot 6 maanden oud komt deze luchtpijpcyclus, het meest voor)

 

Pups worden vaak geboren met spoelwormlarven. Hoe kan dat?

Bij een drachtig teefje worden onder invloed van de hormonen de “rustende larven” in spier-, vet- en andere weefsels weer actief. Ze gaan via de placenta, doorheen de navelstreng, naar de lever van de pup. Als de pup geboren is kruipen de larven via de bloedvaten verder naar het hart en dan naar de longen. Zoals boven beschreven doorboren ze een longblaasje, worden langs de luchtpijp opgehoest en weer ingeslikt. In de darm ontwikkelt de larve zich tot volwassen worm en produceert eitjes. Deze zijn na rijping niet alleen besmettelijk voor de nestgenootjes, maar ook voor de moederteef die haar jongen liefdevol schoonlikt. Regelmatig verwijderen van de ontlasting in het nest is dus ontzettend belangrijk. Pups worden na de geboorte ook besmet via de moedermelk

Bij het net bevallen teefje verplaatsen de “wakker geworden” larven zich naar het melkklierweefsel. Via de melk komen de spoelwormlarven in de darm van de pup terecht, waar ze volwassen worden. Deze larfjes migreren dus niet door het lichaam.

 

Waarom zijn hondenspoelwormen schadelijk ?

♦ Volwassen dieren besmetten zich door opname van een infectieus eitje uit de omgeving. De larfjes migreren door het lichaam en gaan grotendeels in rustfase, ingekapseld in de weefsels. Bij de meeste volwassen dieren merk je hier weinig van. Ze vormen echter wel een bron van infectie die gevaarlijk is voor hun omgeving (kinderen!!). Enkel bij zeer grote besmetting of bij honden met een verlaagde afweer zien we weefselschade (vooral lever) door het migreren van de larven.

Bij gevoelige honden kunnen ook allergische processen voorkomen, vooral thv de darm. Honden met gevoelige darmen kunnen dan ook best minimaal 4 x per jaar ontwormd worden.

 

♦ Pups is een heel ander verhaal. Zoals gezegd worden ze het meest besmet ín de baarmoeder. Deze volgen de zogenaamde “luchtpijp cyclus” . Bij zeer zware besmetting kunnen pups erge longontsteking krijgen en hieraan 2-3 dagen na de geboorte sterven. De overlevende pups krijgen

2-3 weken na de geboorte nog een flinke klap: door de ontwikkeling van volwassen wormen in de darm ontstaan darmontstekingen of zelfs darmzweren, gedeeltelijke tot gehele obstructie van de darmpassage, en soms zelfs darmperforatie met buikvliesontsteking tot gevolg. Hieraan kunnen pups 2-3 weken na de geboorte alsnog sterven.

Bij lichte besmetting zien we enerzijds schade als gevolg van het rondreizen van de larven door het lichaam, en anderzijds door de aanwezigheid van volwassen wormen in de darm. Deze voeden zich namelijk met darminhoud en blokkeren (deels of volledig) de doorgang.

Bovendien maken ze stofwisselingsproducten die inwerken op onder meer de rode bloedcelproductie.

Aldus: - groeivertraging of zelfs vermageren

♦ doffe vacht

♦ het bekende wormbuikje

♦ diarree afgewisseld met obstipatie

♦ buikpijn

♦ braken (soms uitbraken van een spoelworm)

♦ hoesten, vaak met neusuitvloei

♦ perioden met koorts

♦ leververgroting

♦ bloedarmoede

♦ hersenverschijnselen

NB. Het uitbraken van een spoelworm door een hond is meestal een teken van zware besmetting; een kat kan ook bij een lichte infectie spoelwormen uitbraken.

 

♦ Mensen kunnen zich ook besmetten!!! Wij kunnen zonder het te beseffen infectieuze eitjes opeten door contact met besmette grond (tuin, park, zandbak!). De larfjes komen vrij in de darm en beginnen aan een trektocht via de bloedbaan door het lichaam. Aangekomen in lever, longen, hersenen of ogen gaan ze in “rustfase”, waarbij ze zich inkapselen en ontstekingsreacties kunnen veroorzaken. Larven kunnen zo verschillende jaren overleven in de weefsels. Uiteindelijk verdwijnen deze “granuloompjes” omdat ze door het lichaam opgeruimd worden. De larven ontwikkelen zich dus nooit tot volwassen worm. Meestal merken we daar niets van. Soms ontstaan griepachtige symptomen met algemeen ziek zijn, koorts en leverproblemen. Maar er zijn enkele gevallen bekend waarbij een larve in het oog van een kind terechtkwam, met als gevolg een niet te behandelen ontsteking en verlies van het oog!

    

DE KATTENSPOELWORM ofwel TOXOCARA CATI

Deze lijken veel op de hondenspoelworm. Ze zijn ook geelwit en rond, maar ze zijn kleiner. Het mannetje is ca 5 cm; het vrouwtje 6-10cm. Ingedroogde wormen (in braaksel of ontlasting) zien eruit als opgerolde elastiekjes; de eitjes zijn niet met het blote oog te zien. Volwassen wormen leven vrij in de dunne darm en maag en voeden zich met darm/maaginhoud. De manier van besmetten verschilt echter lichtjes, zodat ook de route in het kattenlichaam iets verschilt.

Katten besmetten zich namelijk vooral door het eten van muizen!!! Circa 65% van de zwerfkatten en (mede dankzij goede ontworming) slechts 25% van de huiskatten is besmet. Besmetting van poes op kitten vindt enkel plaats via de moedermelk en nooit via de baarmoeder. Vanuit de omgeving kan de kat natuurlijk ook een infectieus eitje opnemen.

♦ Larfjes opgenomen via de moedermelk of door het opeten van een muis komen vrij in de darm, ontwikkelen tot volwassen worm, eten lekker mee van de darminhoud en produceren eieren die met de ontlasting naar buiten komen. Een kattenspoelworm produceert 2-4 x minder eitjes dan de hondenspoelworm, maar het zijn er toch nog heel veel. Daarbij overleven ze 3 jaar in de omgeving! Als je bedenkt hoeveel zwerfkatten er rondlopen en merendeels besmet zijn, kom je toch op een afschrikwekkende hoeveelheid infectieuze eitjes, wachtend in de omgeving om opgesmikkeld te worden.

 

♦ Larfjes opgenomen vanuit de omgeving in een infectieus ei gaan wel rondtrekken door het lichaam. Een gedeelte hiervan gaat in rustfase en kapselt zich in ter hoogte van de weefsels. Een ander deel gaat via de longen naar de luchtpijp, wordt opgehoest, ingeslikt en komt zo weer in de darm terecht waar de larve een volwassen worm wordt.

 

Waarom zijn kattenspoelwormen schadelijk ?

Kittens hebben vooral last van de volwassen wormen in de darm, door het mee-eten en door de darminfectie die ze meestal veroorzaken.

 

=> groeivertraging of zelfs vermageren; dof, ruw haarkleed en haaruitval; het bekende wormbuikje; slijmige diarree; buikpijn; - braken (soms uitbraken van een spoelworm)

Gezonde volwassen katten hebben zelf weinig last van de wormen, maar ze zijn een bron van infectie voor hun omgeving. Als katten ziek worden of een lagere afweer hebben, gaat het mee-eten van de wormen natuurlijk wel nadelige effecten hebben. Mensen kunnen zich natuurlijk ook besmetten met de kattenspoelworm. Net als bij de hondenspoelworm gaan de larven een trektocht door het lichaam maken en overal kleine ontstekingen veroorzaken. Dat is zeker gevaarlijk als het om de ogen gaat.

 

LINTWORMEN:

Dipylidium caninum = vlooienlintworm

Taenia spp: oa Taenia taeniaeformis = kattenlintworm

Echinococcus spp: oa Echinococcus multilocularis = vossenlintworm

 

Lintwormen zijn witte afgeplatte wormen. Ze kunnen naargelang de soort 1 cm tot zelfs enkele meters lang zijn. Ze bestaan uit een kop en een groot aantal segmentjes die gevuld zijn met eitjes. Ze leven in de dunne darm, waar ze zich met de kop stevig vasthouden aan de darmwand.

De segmentjes rijpen in de richting van de wormstaart. Als het achterste segmentje uitgerijpt is laat het los en gaat het met de ontlasting mee naar buiten of, bij sommige soorten, kruipt het segmentje eigenhandig naar de anus.

 

Normaal gesproken zien we dus zelden hele wormen in de ontlasting.

Wel zijn de segmenten te zien aan de anus, in

de ontlasting of waar de hond of kat gelegen heeft. Verse segmentjes

zijn langgerekt en roodachtig; ingedroogd zien ze eruit als sesamzaadjes

of rijstkorrels.

 

Hoe besmet een hond of kat zich met een lintworm?

Zoals gezegd bevat elk segmentje zeer veel eitjes. Deze komen vrij in de omgeving: de tuin, de hondenmand, het bankstel. Vlooienlarven kunnen de wormeitjes opeten, het wormlarfje komt dan uit het eitje. Gelijktijdig met de ontwikkeling van vlolarve tot vlo,

ontwikkelt de wormlarve tot een zogenaamde blaasworm ín de vlo! Hetzelfde kan gebeuren als het wormeitje wordt opgegeten door een muis, of een konijn. Het larfje dat hieruit vrijkomt ontwikkelt zich tot blaasworm in de weefsels, bijvoorbeeld in de spieren. Honden of katten besmetten zich dus nooit door opname van het eitje; zij besmetten zich door het opeten van een zogenaamde tussengastheer. Dit kan een muis, konijn of een ander warmbloedig zoogdier zijn, maar dus ook een vlolarve of luis, die door de hond of kat opgelikt wordt tijdens het schoonlikken van de vacht of het snuffelen aan de vloer. De lintwormblaas komt vrij in de darm en ontwikkelt zich tot volwassen lintworm. Segmentjes boordevol eitjes verlaten de darm naar de buitenwereld, klaar voor vlo, muis of ….. 

 

tussengastheer: ontwikkeling van wormeitje

                        tot wormblaas

eindgastheer: ontwikkeling

                     tot volwassen worm

afmeting volwassen lintworm

Dipylidium

caninum

 

vlo of luis

 

hond, kat, vos,

mens

20 - 80 cm

 

Taenia

taeniaeformis

 

muis, rat

 

kat, (vos)

 

10 - 50 cm

 

Taenia

pisiformis

 

konijn, haas

 

hond, vos, (kat)

 

10 - 80 cm

 

Taenia

serialis

 

konijn, haas

 

hond, vos

 

80 cm

 

Taenia

hydatigena

 

rund, schaap, geit,

varken

hond, vos

 

70 cm - 5

meter

Taenia ovis

 

schaap, geit hond, vos  

Echinococcus

granulosus

 

rund, schaap, geit

paard, varken, mens, ea

hond, vos, (kat)

 

0,2 - 0,7 cm

 

Echinococcus

multilocularis

 

veldmuis, woelmuis,

spitsmuis, mens

vos, wolf, hond

  

0,12 - 0,45

cm

 

♦ De meest voorkomende lintworm bij de hond (en op de 2e plaats bij de kat) is Dipylidium caninum, ook wel de vlooienlintworm genaamd.

Honden en katten besmetten zich door het opeten van een vlo(larve) of luis, vooral tijdens het schoonmaken van de vacht. De volwassen lintworm maakt segmentjes die eigenhandig via de anus naar buiten het lichaam kruipen. Dit veroorzaakt anale jeuk: de hond gaat “sleetjerijden” (net als bij overvolle anaalzakjes) De vlooienlintwormlarve overleeft in de vlooienpop-cocon! Dus bij vlooienbesmettingen in huis kunnen ook lintwormbesmettingen persisteren.

♦ Alle Taenia soorten hebben zoogdieren als tussengastheer. Besmetting gebeurt dus enkel door carnivorisme. Om die reden is Taenia taeniaformis, ook wel de kattenlintworm genaamd, de belangrijkste lintworm bij de kat. Muizen vangen en opeten is immers hun nationale sport.

Honden besmetten zich met de andere Taenia soorten, vooral door het jagen op konijnen en hazen (jachthonden +++) of door het eten van ongekookt niet gekeurd slachtafval. De meeste Taenia soorten lossen 1 tot 3 segmenten per dag, zodat dagelijks meer dan honderdduizend eieren kunnen worden uitgescheiden door één lintworm. De segmentjes verlaten het lichaam passief met de ontlasting. Eenmaal in de buitenwereld valt het segmentje uiteen en worden de eitjes, die onmiddellijk infectieus zijn, verspreid door wind, regen, insecten, etc. Ze kunnen ook aan de vacht van hond of kat blijven plakken. De eitjes kunnen tot maanden overleven in de winter, maar slechts enkele weken in de zomer.

♦ Echinococcus is voor de mens de meest schadelijke lintworm. Honden besmetten zich door opname van ongekookt vlees dat niet in een slachthuis gekeurd werd. Paarden, herkauwers, varkens en wilde muizen besmetten zich door opname van eieren uit hondenpoep. Ook de mens kan zich zo besmetten. De verspreiding en overleving in de omgeving komt overeen met die van de Taenia soorten. Hygiënische maatregelen in slachthuizen samen met de diergeneeskundige keuring van vlees en het verbieden van honden in het slachthuis hebben ertoe geleid dat Echinococcus granulosus minder voorkomt. Echinococcus multilocularis ofwel de vossenlintworm wordt onderhouden door wilde muizen, vossen en honden en komt helaas steeds meer voor.

 

Zijn lintwormen schadelijk?

Gezonde en normaal gevoede honden en katten zullen niet veel merken van een lintwormbesmetting. Eventueel een lichte darmontsteking door het vasthechten van de lintworm aan de darmwand, soms met buikpijn en diarree tot gevolg. Bij jonge of ondervoede dieren zien we vermagering ondanks goede eetlust, groeivertraging en soms ernstigere darmontstekingen. Perianale jeuk zien we vooral bij vlooienlintwormbesmettingen, door het actief naar buiten kruipen van de wormsegmentjes.

 

En bij mensen?

Vooral kinderen kunnen zich besmetten met de vlooienlintworm, namelijk door het onbedoeld opeten van besmette vlooienlarven van de vloer. De lintworm wordt volwassen in de darm van het kind, maar heeft weinig nadelige gevolgen.

De vossenlintworm ofwel Echinococcus multilocularis is een heel ander verhaal. Deze is zeer gevaarlijk voor de mens. De worm komt voor in grote delen van Europa, maar wordt ook in Nederland steeds belangrijker.

Kleine knaagdieren eten de eitjes die door de vos zijn uitgescheiden.

Vossen en (zwerf)honden besmetten zich vervolgens door het eten van de knaagdieren. Mensen besmetten zich door contact met vossenuitwerpselen, eitjes in besmette grond of door het eten van wilde bosvruchten (bramen bv) of zelf geplukte bospaddestoelen waar deze eitjes op kunnen zitten. Eet deze daarom enkel na zéér grondig wassen! Wij zijn tussengastheer van de vossenlintworm. Dat wil zeggen dat het infectieuze eitje zich in ons lichaam ontwikkelt tot blaasworm. Dit zijn een soort vochtblazen, die meestal ontstaan in de lever, maar soms ook in longen, hersenen of andere weefsels! Uit deze vochtblazen ontstaan na verloop van tijd nieuwe blaaswormpjes, die na een trektocht elders in het lichaam uitgroeien. Alles behalve leuk dus. Honden die contact hebben met vossenontlasting (bossen!!) kunnen drager worden van de vossenlintworm. Ze hebben daar zelf geen last van, maar kunnen wel eitjes uitscheiden die besmettelijk zijn voor de mens. Laat uw hond daarom niet snuffelen aan vossenontlasting of vermijd zelfs gebieden waar vossen voorkomen. Honden die toch risico lopen op besmetting (bossen en weiden waar vossen zijn) dienen regelmatig behandeld te worden tegen lintworm. Raak om dezelfde reden nooít een (dode) vos aan.

 

HAAKWORMEN:

Uncinaria stenocephala : hond hier

Ancyclostoma caninum : hond Zuid-Europa

Ancyclostoma tubaeforme : kat hier

   

Haakwormen zijn wormen met een sterk ontwikkeld mondkapsel met snijplaten en tanden.

Ze grijpen zich hiermee vast aan de wand van de dunne darm. Ze veroorzaken lichte (Uncinaria bij de hond) tot ernstige (A. tubaeforme bij de kat) darmbeschadiging met bloedverlies.

Eitjes verlaten de darm via de ontlasting en moeten dan in de buitenwereld rijpen tot infectieuze larven.Ancyclostoma caninum is de meest schadelijke, maar diens eitjes kunnen alleen ontwikkelen bij temperaturen boven de 20 graden. Om die reden komt hij tot nu toe vooral voor in Zuid-Europa en andere warme streken. Goed ontwormen dus bij thuiskomst uit zulke landen.

Eieren van Uncinaria stenocepahala of de hondenhaakworm kunnen zich bij temperaturen onder de 15C gemakkelijk ontwikkelen tot infectieuze larven en komen hier dus wel voor. Stads- en zwerfhonden zijn minder besmet, maar in kennels met een buitenbeloop van gras of aarde kan de besmettingsgraad oplopen tot 50%. Daarnaast is 86% van de vossen besmet met Uncinaria, zodat zij een reservoir voor de hond vormen. Honden besmetten zich vooral door het likken aan of opeten van gras of grond besmet met infectieuze larven. Ancyclostoma tubaeforme ofwel de kattenhaakworm komt veel voor bij zwerfkatten (ca 40%), maar minder bij huiskatten (4%). Katten besmetten zich vooral door het via de huid binnendringen van de larven òf door het opeten van een besmette muis.

Zijn haakwormen schadelijk?

♦ Besmettingen bij honden in Nederland veroorzaken meestal lichte darmletsels.

Enkel bij zware infecties (kennels) ontstaat diarree.

♦ Besmettingen bij katten zijn ernstiger. Er is zwaardere darmbeschadiging met bloedverlies.

Dit resulteert in bloederige diaree, bloedarmoede en een te laag eiwitgehalte in de bloedbaan.

♦ Besmettingen met Ancyclostoma caninum in warme Zuid-Europese landen zijn zeer ernstig.

De meeste schade wordt veroorzaakt door de volwassen wormen in de dunne darm. Het mondkapsel van de worm geeft diepe letsels met erge bloedingen en dus bloedverlies.

De larve kan echter ook via de huid het lichaam binnendringen (erg jeukende huidontsteking) en moet eerst doorheen het lichaam reizen alvorens in de darm aan te komen.

 

zweepwormen

ZWEEPWORMEN

Zweepwormen leven in tegenstelling tot spoel-, lint- en haakwormen in de dikke darm en in de blinde darm. De worm heeft een dun vooreinde dat tunnels boort ín de darmhuid. Het dikke achtereinde slingert los in de darmholte. Hij voedt zich met bloed.

Zweepwormen komen voor bij honden en vossen, en geven net als haakwormen vooral problemen in kennels. Bij matige besmettingen ontstaat door de irritatie aan de darmwand een slijmig-brijige ontlasting met terugkerende diarree. Bij zware infecties ontstaat een donkere, slijmige en zeer stinkende diarree met soms vers bloed en eventueel bloedarmoede.

Waarom een probleem in kennels?

De volwassen worm in de darm produceert eitjes die via de ontlasting in de buitenwereld terechtkomen. Deze eitjes moeten rijpen tot infectieuze eitjes: in de zomer duurt dit ca 10 dagen, in de winter enkele maanden. Zo’n infectieus eitje overleeft ca 3-5 jaar in de omgeving!

Eén volwassen vrouwelijke worm produceert 2000 eieren per dag; ze leeft ca 1 tot 1,5 jaar. Met veel honden bij elkaar in een kennel, die elkaar allemaal besmetten en veel eitjes maken, en die ook nog eens zeer lang overleven op de grond wordt hygiëne in een kennel wel heel erg belangrijk.

Een hoge drukspuit met stoom maakt de eitjes kapot.

 

ONTWORMEN IS DUS ZEER BELANGRIJK

Het is duidelijk dat dit niet alleen geldt voor de gezondheid van hond of kat, maar zeker ook voor onszelf en onze kinderen. Om 4 redenen is herhaald ontwormen erg belangrijk:

Ten eerste

herbesmetten honden en katten zich voortdurend.

Ten tweede

werken de meeste wormmiddelen prima tegen de volwassen wormen, slechts weinigen tegen de larvale stadia en geen enkel ontwormmiddel tegen de ingekapselde rustende spoelwormen. Sterker nog, als wormen zichtbaar zijn na een ontworming, kan met zekerheid gesteld worden dat er nog larvale stadia aanwezig zijn.

Ten derde

is een ontworming nooit preventief: het is het afdoden van reeds aanwezige wormen.

Ten vierde

moeten de meeste ontwormmiddelen “opgegeten” worden door de worm. Wormen eten niet alle dagen, zodat niet alle wormen tegelijk doodgaan. Wormmiddelen die uitsluitend werken door orale opname door de worm dienen daarom gedurende meerdere dagen gegeven te worden. Gelukkig bestaan er tegenwoordig ook veel wormmiddelen die ook langs de huid van de worm binnendringen.

 

Algemeen ontwormschema:

fokteven: ontworm de teef vòòr de loopsheid waarin ze wordt gedekt na de geboorte tegelijk met de ontworming van de pups
 
pups: ontwormen op de leeftijd van 2, 4 en 6 en 8 weken, daarna elke 2 maanden tot de
leeftijd van 1 jaar
 
volwassen honden: 4 keer per jaar de nieuwste Europese richtlijnen zijn 6 keer per jaar!
 
poezen: ontwormen vòòr de dracht en daarna tegelijk met de kittens op 4 weken
 
kittens: ontwormen op de leeftijd van 4, 6 en 8 weken vervolgens op 4 en 6 maanden
 
katten: binnenkatten 2 keer per jaar
 
buitenkatten: 4 keer per jaar

 

Als wormen te zien zijn dient vaker behandeld te worden. In geval van spoelworm de behandeling zeker herhalen na 3-4 weken. Denk eraan alle aanwezige honden en katten tegelijk te ontwormen. Ze kunnen zich namelijk onderling besmetten en dan is de ontworming van Bruno weggegooid geld als u Minoes vergeet.

 

Aanvullende maatregelen

1) Voorkom onnodig contact met ontlasting van uw huisdier:

♦ ruim de ontlasting van uw hond/kat direct op (schepje, zakje); denk daarbij ook eens aan uw medemens als u uw poepzakjes “vergeet”. Als de poep al dagen op de stoep ligt kunnen de eitjes

inmiddels gerijpt zijn tot infectieuze eitjes!!

♦ verwijder de ontlasting die aan de haren kleeft rond de anus

♦ maak de ligplaatsen van hond of kat altijd goed schoon

♦ verschoon dagelijks de kattenbak (minder tijd voor rijping van eitjes) en reinig regelmatig met kokend water

♦ dek de zandbak af zodat katten daar niet in kunnen poepen

♦ laat huisdieren niet uit op kinderspeelplaatsen

♦ goed handen wassen na spelen in de zandbak of werken in de tuin; draag eventueel handschoenen bij het werken in de tuin

 

2) Zorg voor een goede vlooienbestrijding bij dier én omgeving: dat wil zeggen behandel álle huisdieren met vlooienmiddel en zuig en dweil regelmatig het huis. Zo nodig kunnen ook omgevingssprays gebruikt worden als er sprake is van vlooien in huis.

3) Vermijd contact tussen hond en vossenontlasting en behandel vaker tegen lintworm bij honden die veel in bossen komen waar ook vossen leven.

Let op: niet elk ontwormmiddel werkt tegen vossenlintworm!!!

4) Raak nooit een (dode) vos aan

5) Eet wilde bosvruchten (zoals bramen) of zelf geplukte bospaddestoelen uitsluítend na zéér grondig wassen

 

Soorten ontwormmiddelen

Er zijn zeer veel soorten ontwormmiddelen op de markt. Pasta’s worden vooral gebruikt bij pups en kittens, omdat ze gemakkelijk volgens gewicht te doseren zijn. Pilletjes zijn er ook in alle soorten en maten. Je hebt er die “vies” smaken, je hebt er die naar niets smaken. Er zijn grote tabletten en kleine tabletten. Sommigen moet je gedurende 5 dagen geven; bij andere volstaat één dag.

Reeds lang bestaan zogenaamde spot-on’s (pipetjes in de nek) die werken tegen vlooien én de meeste wormen. Dit is vooral handig bij de lastige pillenvreters. Helaas werken die vaak minder goed tot niet tegen lintworm (afhankelijk van welk merk).

Speciaal voor de katten is er nu een nieuwe spot-on ontwikkeld: deze werkt tegen álle soorten wormen, ook de lintwormen, maar niet tegen vlooien. Deze spot-on is uitsluitend bij de dierenarts te verkrijgen.

Bedankt voor de aandacht! Het zal absoluut moeite hebben gekost alles te verorberen. Ik hoop dat het de moeite waard is geweest en dat veel hersencelletjes geprikkeld zijn.